Spring naar inhoud

Toelichting op de balans

1. Immateriële vaste activa

1.1 Overige immateriële vaste activa

Het verloop van de immateriële vaste activa is als volgt weer te geven:
  Inventaris automatisering
 
Stand per 1 januari  - 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  - 
Boekwaarde per 1 januari  - 
   
Mutaties in het boekjaar  
Investeringen in het boekjaar  49.544 
Desinvesteringen  - 
Afschrijvingen  -4.665 
Bijzondere waardeverminderingen  - 
Totaal mutaties 2025  44.880 
   
Stand per 31 december  
Cumulatieve aanschaf- of vervaardigingsprijs  49.544 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  4.665 
   
Boekwaarde per 31 december 2025 44.880
De post inventaris automatisering heeft betrekking op geactiveerde ontwikkelingskosten en aanschafkosten inzake software en ICT-systemen. De geactiveerde software wordt, na het moment van ingebruikname, lineair afgeschreven over de verwachte economische levensduur van 5 jaar.

2. Vastgoedbeleggingen

2.1 en 2.2 Vastgoedbeleggingen in exploitatie

Een overzicht van de materiële vaste activa in exploitatie is hierna opgenomen:
  DAEB- vastgoed-beleggingen in exploitatie Niet-DAEB- vastgoed-beleggingen in exploitatie Totaal
  €  €  € 
       
31 december 2024      
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs 87.451.187 5.454.885 92.906.072
Cumulatieve herwaarderingen 85.819.439 1.136.229 86.955.668
Cumulatieve waardeveranderingen -6.757.796 -690.044 -7.447.840
Boekwaarde per 31 december 2024 166.512.831 5.901.070 172.413.900
       
Mutaties 2025      
Investeringen - uitgaven na eerste verwerking 8.979.040  -  8.979.040
Investeringen vastgoed in ontwikkeling 2.374.831  -  2.374.831
Buitengebruikstellingen en afstotingen -14.214.604 -230.578 -14.445.182
Winst als gevolg aanpassing marktwaarde 6.409.626 160.086 6.569.713
Totaal mutaties boekjaar 3.548.894 -70.491 3.478.402
       
31 december 2025      
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs 95.397.586 5.279.270 100.676.856
Cumulatieve herwaarderingen 86.880.043 1.186.284 88.066.327
Cumulatieve waardeveranderingen -12.215.904 -634.976 -12.850.880
Boekwaarde per 31 december 2025 170.061.725 5.830.578 175.892.303

Marktwaarde

Zowel het DAEB- als het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat, die is bepaald op basis van de full-versie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025’. Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen de marktwaarde middels de Discounted Cash Flow (DCF) Methode bepaald over een beschouwingsperiode van 15 jaar. De full-versie maakt gebruik van zogeheten vrijheidsgraden. Dit betekent dat er voor de waardering van woongelegenheden beargumenteerd kan worden afgeweken van bepaalde parameters uit de modelmatige berekening (basisversie) van het handboek. Voor niet-woongelegenheden biedt de full-versie daarnaast aanvullende mogelijkheden om het kasstroomschema van de waardering aan te vullen.

Conform de vereisten van de full-versie uit het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025’ heeft de onafhankelijke externe taxateur het gebruik van onderstaande vrijheidsgraden beargumenteerd en onderbouwd. Bij de bepaling van de marktwaarde voor Goud Wonen is gebruikgemaakt van de volgende vrijheidsgraden:

  • Markthuur: De markthuur is gemotiveerd aangepast naar een marktconforme hoogte, afgaand op bekende en vergelijkbare referentietransacties. Hierbij is specifiek rekening gehouden met de verschillen en overeenkomsten tussen het te taxeren object en de referenties.
  • Exit yield: De taxateurs hebben ervoor gekozen de eindwaarde (na de 15-jarige beschouwingsperiode) vast te stellen middels een exit yield. Dit is gedaan aangezien deze methode beter toetsbaar is aan de markt en een duidelijke correlatie heeft met de rendementseis in jaar t=0. Conform de vereisten uit het handboek is deze gekozen exit yield tevens expliciet getoetst en vergeleken met de modelmatig berekende eindwaarde (verschilduiding).
  • Leegwaarde: Voor de bepaling van de leegwaarde is -in afwijking van de standaard WOZ-waarde- getracht aansluiting te zoeken bij recente transacties van in meer of mindere mate vergelijkbare types.
  • Leegwaardestijging: Voor de bepaling van de leegwaardestijging zijn de percentages beargumenteerd afgeleid van de actuele ontwikkelingen in vergelijkbare gebieden in plaats van de generieke indexen.
  • Disconteringsvoet: De taxateurs hebben per object een marktconforme disconteringsvoet bepaald, specifiek passend bij het risicoprofiel van het betreffende object en de kasstromen. Hierbij is met name gestuurd op de output (BAR k.k.) dat in lijn dient te liggen met het marktbeeld. Bij wooncomplexen is tevens gekeken naar de huur/leegwaarde-verhouding en de leegwaarderatio. Op basis van de kasstromen, de overige waarderingsparameters en de disconteringsvoet is getoetst in hoeverre het te taxeren complex aansluit op de markt. De disconteringsvoet -en als onderdeel hiervan de toegepaste objectspecifieke marktcorrectie- is hierbij belangrijk om een optimale aansluiting op de lokale markt te borgen.
  • Mutatiegraad en verkoopkans: Voor wat betreft de mutatiekans bij wonen is getracht zo veel mogelijk aansluiting te zoeken bij de door Goud Wonen opgegeven 5-jaars historische mutatiegraad. Eventuele afwijkingen ten opzichte van de mutatiegraad in de vorige waardering zijn onderbouwd doorgevoerd overeenkomstig de afspraken en best practices uit het (regionale) Generieke Parameter overleg.
In onderstaande tabel staan de onder- en bovengrenzen van de gehanteerde vrijheidsgraden:
Vrijheidsgraden Woningen BOG/MOG/ZOG Parkeren
Markthuur € 531,39 - € 1.800,11 € 92,50 - € 172,50 per m2 € 17,50 - € 65,00
Exit-Yield            
- Uitponden 4,52% - 7,67%   0% - 7%
- Doorexploiteren 4,52% - 7,67% 6,65% - 9,75% 5,75% - 6,5%
Disconteringsvoet        
- Uitponden 7,10% - 11,49% n.v.t. 5,40% -6,00%
- Doorexploiteren 6,10% - 10,42% 6,00% - 8,75% 5,15% -5,75%
Leegwaarde € 114.960,45 - € 518.612,68 n.v.t. € 6.000 - € 16.000
Mutatiegraad          
- Uitponden 5,00% - 14,00% n.v.t. 12% - 15%
- Doorexploiteren 5,00% - 12,00% n.v.t. 12% - 15%
Schattingswijziging

In 2025 hebben er geen schattingswijzigingen plaats gevonden.

Bij de waardering van het vastgoed is een taxateur betrokken. De taxateur hanteert een bandbreedte (+/- 10%) bij de waardering, waardoor deze kan afwijken van de actuele waarde.

Het verloop van de marktwaarde ziet er als volgt uit:
  DAEB- vastgoed in exploitatie Niet-DAEB- vastgoed in exploitatie Totaal
Waarde 2024 166.512.831 5.901.070  172.413.900 
Voorraadmutaties  (6.204.344)  (227.974)  (6.432.318)
Vastgoedgegevens  1.455.043   (61.018)  1.394.025 
Methodische wijzigingen      - 
Marktontwikkelingen  8.298.192   218.503   8.516.695 
Waarde 2025  170.061.722   5.830.581   175.892.302 
Complexindeling
Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie en dat logischerwijs als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Alle verhuureenheden van de corporatie maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex; dit betekent dat een waarderingscomplex ook uit slechts één verhuureenheid kan bestaan.
Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel DAEB- als niet-DAEB-vastgoed. In dat geval dient, nádat de totale waarde van het waarderingscomplex is bepaald, de waarde te worden opgesplitst in een deel dat aan het DAEB-vastgoed en een deel dat aan het niet-DAEB-vastgoed kan worden toegerekend. Tot slot is het niet toegestaan om objecten op ver uit elkaar liggende locaties in één waarderingscomplex samen te voegen, in het bijzonder wanneer één van beide objecten in een full-regio of aardbevingsgebied ligt.

De waarderingscomplexen ten behoeve van de berekening van de marktwaarde zijn door middel van de volgende indeling bepaald:
Type Bouwjaar
Eengezinswoning 1919– 2025
Meergezinswoning 1982 – 2022
Bedrijfsonroerendgoed 2001 – 2010
Maatschappelijk onroerend goed 2004 - 2004
Intramurale zorg 2013 - 2013
Garagebox 1962 - 2003
Inschakeling taxateur
Bij het bepalen van de toekomstige kasstromen voor de DCF-berekening wordt gebruik gemaakt van de volgende macro economische parameters:
  2025 2026 2027 2028 2029 2029 e.v.
Prijsinflatie 2,60% 2,20% 2,20% 2,20% 2,00% 2,00%
Looninflatie 4,20% 3,30% 3,30% 3,30% 2,50%  
Bouwkostenstijging 4,20% 3,30% 3,30% 3,30% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging (afhankelijk van ligging) 3,96% 2,01% 2,01% 2,01% 2,00% 2,00%

Beleidswaarde

De berekeningssystematiek voor de beleidswaarde is autonoom en structureel losgekoppeld van de marktwaarde. De beleidswaarde weerspiegelt de verdiencapaciteit van ons vastgoed in exploitatie, uitgaande van het daadwerkelijke volkshuisvestelijke beleid van Goud Wonen. Voor de bepaling hiervan maken wij gebruik van de voorgeschreven methodiek uit het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025’. Hierin komt de beleidswaarde tot stand door een vijftal aanpassingen door te voeren in de uitgangspunten van de reguliere DCF-berekening van de marktwaarde. Hierbij wordt onder andere uitgegaan van een voortdurende exploitatie (doorexploiteren over 60 jaar) en het rekenen met een landelijk vastgestelde sociale disconteringsvoet.

Omdat de doelstelling van Goud Wonen is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van de onroerende zaken in exploitatie slechts een beperkt deel worden vervreemd. Dit betekent dat het eigen vermogen door onze volkshuisvestelijke keuzes deels maatschappelijk gebonden is en dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde in de toekomst daadwerkelijk als kasstroom zal worden gerealiseerd. De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Goud Wonen en beoogt een transparant inzicht te geven in de actuele verdiencapaciteit van haar vastgoed, uitgaande van dit langetermijnbeleid.

De beleidswaarde van het DAEB-vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2025 € 92.023.344.
De beleidswaarde van het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2025 € 4.760.739

Uitgangspunten en afwijkingen marktwaarde versus beleidswaarde

Om inzicht te geven in de gehanteerde veronderstellingen voor de beleidswaarde en de mate waarin deze afwijken van de parameters voor de marktwaarde in verhuurde staat, is onderstaand overzicht opgenomen. Hierin worden de belangrijkste gemiddelde uitgangspunten van beide waarderingen (gebaseerd op het prijspeil per 31 december 2025) naast elkaar gepresenteerd:

Parameter (gemiddelden) Beleidswaarde Marktwaarde in verhuurde staat
Exploitatietermijn en eindwaarde 60 jaar (voortdurende exploitatie), zonder eindwaarde 15 jaar, met contant gemaakte eindwaarde (gemiddelde exit yield: 6,83%)
Disconteringsvoet 4,22% (DAEB) / 4,76% (niet-DAEB) 8,86% (gemiddeld)
Huurprijs bij mutatie (per maand) Streefhuur conform eigen beleid: €651,02 Markthuur / Max. redelijke huur: € 766,55
Onderhoudskosten (per VHE, per jaar) Conform eigen MJOB (60 jaar): € 3.523,12 Marktnorm (Handboek): € 1533,27
Beheerlasten (per VHE, per jaar) Conform eigen begroting: € 1.254,14 Marktnorm (Handboek): € 558,41

Toelichting op de afwijkingen
De verschillen tussen de uitgangspunten voor de beleidswaarde en de marktwaarde in verhuurde staat komen voort uit het volkshuisvestelijke beleid van Goud Wonen en de landelijk voorgeschreven methodiek uit het Handboek Marktwaardering:
• Disconteringsvoet: voor de beleidswaarde is gerekend met een landelijk voorgeschreven, geüniformeerde sociale disconteringsvoet (4,22% voor DAEB en 4,76% voor niet-DAEB). Bij de marktwaarde hanteert de taxateur een complexspecifieke (hogere) marktdisconteringsvoet, passend bij het risicoprofiel van een commerciële belegger. Dit heeft een verhogend effect op de beleidswaarde ten opzichte van de marktwaarde.
• Huur bij mutatie: om onze woningen betaalbaar te houden voor de doelgroep, hanteren wij bij mutatie een eigen streefhuur die significant lager ligt dan de commerciële markthuren waarmee de taxateur in de marktwaarde rekent. Dit heeft een verlagend effect op de beleidswaarde.
• Onderhoud en beheer: de exploitatiekosten voor de beleidswaarde zijn gebaseerd op onze eigen meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) en beheerbegroting. Deze kosten liggen gemiddeld hoger dan de standaard marktnormen uit het Handboek, enerzijds door ons gewenste kwaliteits- en leefbaarheidsniveau en anderzijds doordat er voor de beleidswaarde extra kapitaalcorrecties moeten worden opgenomen voor het verplicht uitfaseren van EFG-energielabels. Ook dit heeft een verlagend effect op de beleidswaarde.

Gevoeligheidsanalyse

Mutatiegraad  
+0,5% punt  € 223.163 
-0,5% punt  € -248.354 
Beleidshuur  
+ €25  € 9.632.502 
- €25  € -9.495.049 
Disconteringsvoet  
+0,5% punt  € -7.872.325 
- 0,5% punt  € 9.135.971 
Beleidsbeheer  
+ €100  € -5.085.156 
- €100  € 5.085.156 
Beleidsonderhoud  
+ €100  € -5.085.156 
- €100  € 5.085.156 

2.3 Vastgoed in ontwikkeling

Een overzicht van het vastgoed in ontwikkeling is hierna opgenomen:
Vastgoedontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 2025 2024
  €  € 
     
Saldo per 1 januari  16.238.397   14.297.849 
     
Mutaties:    
Investeringen  22.874.496   25.359.806 
Naar vastgoed in exploitatie  (17.906.690)  (23.419.258)
Totaal investeringen per 31 december  21.206.203   16.238.397 
Af: vooruitontvangen bijdragen derden  (16.903.711)  (15.138.584)
Netto boekwaarde per 31 december  4.302.492   1.099.813 
Het saldo dat naar vastgoed in exploitatie gaat, bedraagt € 17.906.690. Onder vastgoed in exploitatie staat een toevoeging vanuit nieuwbouw van € 2.374.831. Het verschil (€ 15.531.859) betreft de ontvangen subsidies die voor de drie opgeleverde nieuwbouwprojecten zijn aangewend.
In 2025 werden de volgende projecten opgeleverd:
Wilgenhof (fase 1b) Uithuizen 22
Kooistraat (fase 1) Kantens 10
A v/d Zielstraat (fase 1) Zandeweer 17
Totaal 49

DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie

In het boekjaar werd ter zake vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie geen bedrag aan bouwrente geactiveerd. Het saldo ultimo 2025 bedraagt € 0.

Verduurzamingsprojecten in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

  2025 2024
  €  € 
Saldo per 1 januari 2025  247.054   (4.283.515)
     
Uitgaven verduurzaming  10.351.002   4.603.018 
Onderhoud uit verduurzaming (naar onderhoudslasten)  (1.138.614)  4.481.261 
Naar activa in exploitatie  (8.559.735)  (4.553.710)
     
Boekwaarde per 31 december 2025  899.707   247.054 
     
     
Totaal vastgoedontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie  4.302.492   1.099.813 
Totaal verduurzamingsprojecten in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie  899.707   247.054 
Totaal vastgoed in ontwikkeling en verduurzaming 5.202.199 1.346.867

3. (On) roerende zaken ten dienste van de exploitatie

  Bedrijfsgebouden en terreinen Werkplaatsen Inventaris automatisering Vervoermiddelen Totaal
 
Aanschafwaarde per 1 januari  1.535.496   64.077   383.678   173.150   2.156.401 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  216.128   52.748   231.895   112.939   613.710 
   1.319.368   11.329   151.783   60.211   1.542.691 
           
Mutaties 2025          
Investeringen  39.338   3.437   8.726   25.875   77.376 
Desinvesteringen  -21.135   -2.456   -45.419   -39.952   -108.962 
Afschrijvingen  -35.333   -2.686   -68.235   -15.365   -121.619 
Afschrijving desinvesteringen  21.135   2.456   45.419   39.952   108.962 
Totaal mutaties 2025  4.005   751   -59.509   10.510   -44.243 
           
Boekwaarde per 31 december          
Aanschafwaarde per 31 december  1.553.699   65.058   346.985   159.073   2.124.815 
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen  230.326   52.978   254.711   88.352   626.367 
           
Eindstand MVA td vd exploitatie  1.323.373   12.080   92.274   70.721   1.498.448 
De afschrijvingstermijnen en gevolgde systematiek luiden als volgt:
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie:    
Bedrijfsgebouwen lineair 50 jaar
Terreinen geen afschrijvingen  
Installaties lineair 15 jaar
Inventaris lineair 10 jaar
Vervoermiddelen lineair 10 jaar

4. Financiële vaste activa

4.1 Latente belastingvordering(en)

Er is een latente belastingvordering gevormd voor het afschrijvingspotentieel (het verschil tussen de fiscale boekwaarde en de fiscale bodemwaarde). De nominale waarde van dit verschil bedraagt € -2.229.417, de toegepaste disconteringsvoet is 1,12% en de gemiddelde looptijd bedraagt 3 jaar. De verwachting is dat er in het komende jaar geen verrekenbare verschillen zullen zijn.

Het verloop van de post latente belastingvordering(en) (exclusief verliescompensatie) is als volgt:
  2025 2024
 
     
Boekwaarde per 1 januari  261.742   168.111 
Toevoeging latentie verliesverrekening  692.355   
Mutatie latentie afschrijvingspotentieel  (1.079)  93.631 
Boekwaarde per 31 december  953.018   261.742 
     
     
Totaal belastinglatenties 953.018 261.742

5. Voorraden

5.1 Vastgoed bestemd voor verkoop

  2025 2024
 
Boekwaarde per 1 januari  213.378   172.973 
Af: verkopen  (213.378)  (172.973)
Bij: overheveling van woningen in exploitatie  -   213.378 
Boekwaarde per 31 december  -   213.378 
Op 1 januari bestond het saldo uit de woning J. Cohenstraat 7c Uithuizen, welke in januari 2025 is verkocht.

6. Vorderingen

  31-12-2025 31-12-2024
  Totaal > 1 jaar Totaal > 1 jaar
 
         
1. Huurdebiteuren  68.641   53.738   91.899   38.141 
2. Overige vorderingen  60.294   23.045   35.282   31.045 
3. Overlopende activa  164.149   -   338.158   - 
4. Belastingen en premies sociale verzekering  1.137.734   -   228.578   - 
         
   1.430.818   76.783   693.918   69.186 

6.1 Huurdebiteuren

Het saldo huurdebiteuren kan als volgt worden gespecificeerd:
  2025 2024
 
     
Huurdebiteuren  111.526   141.892 
Af: voorziening wegens oninbaarheid  (42.885)  (49.993)
Boekwaarde per 31 december  68.641   91.899 
De huurachterstand huurdebiteuren eind 2025 is 0,7% van de netto jaarhuur

6.2 Overige vorderingen

Het saldo overige vorderingen kan als volgt worden gespecificeerd:
  2025 2024
 
     
Overige debiteuren  25.546   70.182 
Af: voorziening overige debiteuren  (9.678)  (34.900)
NCG schade door versterken  44.426   - 
Totaal per 31 december  60.294   35.282 
De vorderingen op overige debiteuren zijn aanzienlijk gedaald. Dit is het gevolg van een actiever debiteurenbeheer, met hulp van een nieuw software programma.

De vordering op het NCG heeft betrekking op kosten die door Goud Wonen zijn gemaakt, welke gedeclareerd kunnen worden bij de NCG.

6.3 Overlopende activa

Het saldo overlopende activa kan als volgt worden gespecificeerd:
  2025 2024
 
     
Vooruitbetaalde kosten  164.149   338.158 
   -   - 
   164.149   338.158 
Deze post heeft betrekking op facturen betrekking hebbend op kosten voor het jaar 2026, welke zijn betaald in 2025.

6.4 Belastingen en premies sociale verzekering

  2025 2024
 
     
Te vorderen vennootschapsbelasting  1.137.734  151.673
BTW  -   76.905 
   1.137.734   228.578 
De vordering voor acute vennootschapsbelasting wordt veroorzaakt doordat het fiscale resultaat lager is dan het commerciële resultaat. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de winst- en verliesrekening.

7. Liquide middelen

  2025 2024
 
     
Bank  14.118.526   7.960.758 
Totaal per 31 december  14.118.526   7.960.758 
De liquide middelen staan geheel ter vrije beschikking aan Goud Wonen.

8. Eigen vermogen

8.1 Stichtingskapitaal
  2025 2024
 
Waarde per 1 januari  -   - 
Overige vermogensmutatie fusie  -   - 
     
Waarde per 31 december  -   - 
8.2 Wettelijke en statutaire reserves
  2025 2024
 
Waarde per 1 januari  -   - 
Overige vermogensmutatie fusie  -   - 
     
Waarde per 31 december  -   - 

8.3 Herwaarderingsreserve

Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:
  2025 2024
 
     
Boekwaarde per 1 januari  86.955.668   88.012.743 
Toe/(af)name uit hoofde van mutatie van de marktwaarde  1.110.659   (1.057.075)
     
Boekwaarde per 31 december 88.066.327   86.955.668 
In de toelichting wordt uiteengezet, of en op welke wijze in samenhang met de herwaardering rekening wordt gehouden met de invloed van belastingen op vermogen en resultaat.

8.4 Overige reserves

Het verloop van de overige reserves is als volgt:
  2025 2024
 
     
Boekwaarde per 1 januari  54.127.387   71.822.279 
Resultaat voorgaand boekjaar  (3.570.049)  (18.751.967)
Toe/(af)name uit hoofde van mutatie van de marktwaarde  (1.110.659)  1.057.075 
     
Boekwaarde per 31 december  49.446.679   54.127.387 

8.5 Resultaat na belastingen van het boekjaar

  2025 2024
 
     
Resultaat na belastingen van het boekjaar  (864.628)  (3.570.049)
Bestemming van het resultaat over het boekjaar 2024

De jaarrekening 2024 is vastgesteld in de vergaderingen van de Raad van Commissarissen op 20 juni 2025. De vergadering heeft de bestemming van het resultaat vastgesteld conform het daartoe gedane voorstel.

Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025

In de statuten van Goud Wonen is niet opgenomen hoe de bestemming van het resultaat moet worden verwerkt.
De bestuurder stelt aan de Raad van Commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2025 ten bedrage van € 864.628,- geheel ten laste van de overige reserves te brengen.

9. Voorzieningen

9.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Het verloop van de post voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen is als volgt:
  2025 2024
 
     
Boekwaarde per 1 januari  -   224.005 
Reclassificatie naar activa in ontwikkeling    
Saldo 1 januari  -   224.005 
     
Project 10 woningen Arp Schnitgerhof  -   (224.005)
Project Komeet Brouwerijstraat  620.302   
Onttrekkingen  -   - 
Boekwaarde per 31 december  620.302   - 

9.2 Jubileumvoorziening

  2025 2024
 
Saldo jubileumvoorziening  49.547   43.954 
   49.547   43.954 

10. Langlopende schulden

10.1 Schulden/leningen overheid

Het verloop van de post schulden/leningen overheid en banken is als volgt:
  2025 2024
 
     
Boekwaarde per 1 januari 126.707 150.634
Bij: correctie van banken 7.915  - 
Af: aflossingen -7.004 -7.915
Af: kwijtschelding lening gemeente  -  -16.012
Boekwaarde per 31 december 127.618 126.707
     
Aflossingsverplichting komend boekjaar -7.334 -7.004
     
Saldo per 31 december 120.284 119.703
     
Hiervan bedrag met looptijd van 1 tot 5 jaar 32.964 23.563
Hiervan bedrag met looptijd langer dan 5 jaar 87.320 96.140

10.2 Schulden/leningen banken

Het verloop van de post schulden/leningen overheid en banken is als volgt:
  2025 2024
 
     
Boekwaarde per 1 januari 27.172.023 29.627.628
Af: correctie naar overheid -7.915  
Af: aflossingen -2.750.316 -2.455.605
     
Boekwaarde per 31 december 24.413.792 27.172.023
     
Aflossingsverplichting komend boekjaar -2.382.486 -2.424.478
     
Saldo per 31 december 22.031.306 24.747.545
     
Hiervan bedrag met looptijd van 1 tot 5 jaar 8.609.898 8.411.234
Hiervan bedrag met looptijd langer dan 5 jaar 13.421.408 16.336.311
Borging door WSW

Per ultimo 2025 is er in totaal voor het gehele schuldrestant borging verstrekt door het WSW.

WSW-obligo

De omvang van de hoofdsom van de obligolening dient geljk te zijn aan 2,6% van het geborgde schuldrestant per 31 december 2025. De actuele schuldrestant volgens het WSW bedraagt per 31 december 2025 € 24.541.000,-.

In oktober 2025 werd een amenderingsovereenkomst tussen Goud Wonen en het WSW getekend. Hierin werd de obligolening aangepast naar €710.000,-. In 2025 betaalde Goud Wonen € 7.343,- obligoheffing.

Marktwaarde
De marktwaarde van de leningen per 31-12-2025 is: € 22.690.000 (2024: € 25.251.000).
Uitganspunten:
Marktwaarde:
Algemeen:
* De marktwaarde is berekend tegen de swapcurve op basis van de 6-maands Euribor.
Basisrentelening:
* De marktwaarde is bepaald door de basisrente + opslag te nemen tot opslagherziening en enkel de basisrente vanaf de opslagherziening
* De marktwaarde betreft de waarde vanaf rekendatum tot einde looptijd.
Renteconversie:
* De marktwaarde betreft de waarde vanaf rekendatum tot renteconversie.
Roll-over lening:
* Wordt niet berekend (marktwaarde = nominale waarde).
Duration:
Algemeen:
* Voor leningen die in de toekomst worden gestort, wordt de individuele duration niet berekend (n.v.t.).
* De totale duration wordt berekend door alle toekomstige cashflows van de gehele leningenportefeuille te verdisconteren tegen de swapcurve.
Basisrentelening:
* De duration is bepaald door de basisrente + opslag te nemen tot opslagherziening en enkel de basisrente vanaf de opslagherziening.
* De duration wordt berekend tot einde looptijd.
Renteconversie:
* De duration wordt berekend tot renteconversie.
Roll-over lening:
* Roll-over leningen met variabele hoofdsom zijn voor de volledige hoofdsom ingerekend.
* De duration van roll-over leningen is nul.
Gemiddelde rentevoet

De gemiddelde rentevoet over de totale leningportefeuille is 1,51% (2024: 2,58%). De gemiddelde rente is het gewogen gemiddelde op basis van de rentelast en de gemiddelde leningstand in het boekjaar.

11. Kortlopende schulden en overlopende passiva

  31-12-2025 31-12-2024
 
     
11.1 Schulden aan banken  2.382.486   2.424.478 
11.2 Schulden aan overheid  7.334   7.004 
11.3 Schulden aan leveranciers en handelskredieten  3.729.892   3.758.770 
11.4 Schulden terzake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen  928.382   741.572 
11.5 Overlopende passiva  32.622.227   15.077.226 
11.6 Overige schulden  -   - 
Totaal kortlopende schulden en overlopende passiva  39.670.322   22.009.049 
De kortlopende schulden hebben een looptijd van korter dan 1 jaar.

11.1 Schulden aan banken

  31-12-2025 31-12-2024
 
     
Kortlopend deel van de langlopende schulden  2.382.486   2.424.478 
     
Totaal schulden aan banken  2.382.486   2.424.478 

11.2 Schulden aan overheid

  31-12-2025 31-12-2024
     
Kortlopend deel van de langlopende schulden  7.334   7.004 
     
Totaal schulden aan overheid  7.334   7.004 

11.3 Schulden aan leveranciers en handelskredieten

  31-12-2025 31-12-2024
 
     
Schulden aan leveranciers en handelskredieten  3.729.892   3.758.770 

11.4 Schulden terzake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen

Het saldo van de schulden terzake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen kan als volgt worden gespecificeerd:
  31-12-2025 31-12-2024
 
     
Verlegde BTW  839.803   673.653 
Pensioenpremie  21.114   16.621 
Loonheffing en premies sociale verzekeringen  67.465   51.298 
Totaal schulden terzake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen  928.382   741.572 

11.5 Overlopende passiva

De post overlopende passiva is als volgt samengesteld:
  31-12-2025 31-12-2024
 
     
Niet vervallen rente  235.198   273.816 
Vooruitontvangen huren  123.329   138.003 
Saldo vakantiedagen  106.000   72.500 
Vooruitontvangen IMG schadevergoedingen  4.715.436   5.523.110 
Bijkomende kosten huurder IMG  319.023   339.910 
Vooruitontvangen subsidie verduurzaming  478.890   859.980 
Vooruitontvangen bijdage NCG versterkingsopgave  24.757.832   4.831.096 
Vooruitontvangen bedragen H3V beëindigingsovereenkomst  -   735.706 
NAM VSO waardedaling  -  1.731.098
Verduurzamingsbijdrage NAM  -  155.200
Vooruitontvangen subsidie "Maatregel 29"  1.785.566   - 
Nog te ontvangen facturen  -  406.452
Vooruitontvangen inrichting VvE ML  6.193  4.287
Overige Passiva  94.818  6.066
     
Totaal overlopende passiva  32.622.284   15.077.226 
De overlopende passiva bestaan voornamelijk uit vooruitontvangen subsidiebedragen voor sloop/nieuwbouwprojecten en voor de verduurzamingsprojecten. Daarnaast is er een subsidie "maatregel 29" ontvangen, welke eveneens in 2026 aan de verduurzamingsprojecten zal worden besteed. In 2025 zijn de vooruitontvangen berdragen "bijdrage H3V" aangewend in een nieuwbouwproject, waarvoor deze bijdragen bestemd waren. De posten "NAM VSO waardedaling" en de "verduurzamingsbijdrage NAM" zijn in het jaar vrijgevallen in het resultaat, ten gunste van de waardeveranderingen.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Pensioenregeling

De gehanteerde pensioenregeling van Goud Wonen is ondergebracht bij het be-drijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • Er is sprake van een middelloonregeling.
  • Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
  • De pensioen (richt)leeftijd is 68 jaar.
  • De regeling kent een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en we-zenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsover-eenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze is mo-menteel vastgesteld op 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor.
  • Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van ge-wezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de afgeleide consumentenprijs-index voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorpo-raties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverle-ning en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverle-ning zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

  1. Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling.
  2. De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
  3. Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2025 143,1% (ultimo 2024: 128,8%). De beleidsdekkingsgraad bedraagt ultimo 2025 134,9% (ultimo 2024 130,3%). Met deze beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de mini-maal vereiste dekkingsgraad van 104,2% die is voorgeschreven door De Nederland-sche Bank (DNB). Er is daarom geen sprake van een dekkingstekort. De dekkings-graad is ook hoger dan de vereiste dekkingsgraad op de lange termijn van 126,1%. Er is daarom ook geen sprake van een reservetekort.

Obligolening

Goud Wonen verlaagde in 2025 via een amenderingsovereenkomst de obligolening tot € 710.000.

Financiële instrumenten

GoudWonen maakt alleen gebruik van primaire financiële instrumenten en dus niet van afgeleide financiële instrumenten (derivaten).

Doelstellingen risicobeheer

In het treasurystatuut van Goud Wonen staan de kaders benoemd omtrent het beheersen van risico's. De financiële instrumenten voldoen aan deze kaders.

Risicobeheersing

In het bestuursverslag wordt een toelichting gegeven op het risicomanagement binnen Goud Wonen, inclusief de actualisatie daarvan in 2025 en het vervolg in 2026.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Nieuwbouw

Havenstraat/Zwarteweg, Usquert. 5 woningen.

Met HTO is een aannemersovereenkomst getekend, met een investeringsverplichting van €1.611.357. (incl BTW)
Per 31 december 2025 resteert er nog een investeringsverplichting van €239.641.

Snik/Tjalk, Uithuizen. Fase 2A. 48 woningen.

Met Jorritsma is een aannemersovereenkomst getekend, met een investeringsverplichting van €12.504.140. (incl BTW)
Per 31 december 2025 resteert er nog een investeringsverplichting van €8.087.640. (incl BTW)

Noord, Uithuizen. Fase 4B. 44 woningen.

Met Jorritsma is een aannemersovereenkomst getekend, met een investeringsverplichting van €12.039.500. (incl BTW)
Per 31 december 2025 resteert er nog een investeringsverplichting van €10.369.700.

Komeet, Uithuizen 6 woningen.

Met Gervas is een aannemersovereenkomst getekend, met een investeringsverplichting van €1.572.841. (incl BTW)
Per 31 december 2025 resteert er nog een investeringsverplichting van €1.336.915.

Schoollocatie/Kennedylaan, Uithuizen. Fase 1C en 1D. 17 woningen.

Met Jorritsma is een aannemersovereenkomst getekend, met een investeringsverplichting van €5.051.750. (incl BTW)
Per 31 december 2025 resteert er nog een investeringsverplichting van €4.271.300.

Verduurzaming

Maarweg Uithuizen, 4 woningen

Met Lenferink is een aannemersovereenkomst getekend, met een investeringsverplichting van €625.053. (incl BTW)
Per 31 december 2025 resteert er nog een investeringsverplichting van €30.008.

Schoolstraat Uithuizen, 14 woningen

Met Lenferink is een aannemersovereenkomst getekend, met een investeringsverplichting van €491.816. (incl BTW)
Per 31 december 2025 resteert er nog een investeringsverplichting van €235.969.

Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben na balansdatum geen belangrijke gebeurtenissen plaatsgevonden, die nadere informatie geven over de feitelijke situatie op balansdatum en die verwerking en/of toelichting in de jaarrekening 2025 behoeven.