Spring naar inhoud

Waarderingsgrondslagen

1.1. Algemeen

Woningcorporatie Goud Wonen is een stichting met de status van ‘toegelaten instelling’ op het gebied van de volkshuisvesting. Zij is actief in Warffum, Usquert, Uithuizen, Zandeweer, Eppenhuizen, Rottum, Kantens en Stitswerd in de gemeente Het Hogeland en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting. De statutaire vestigingsplaats is Uithuizen, Schoolstraat 22, 9981 AN te Uithuizen.

1.2. Vestigingsadres en inschrijfnummer handelsregister

De Stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Groningen onder dossiernummer 02036488 (vestigingsnummer 000011626895). De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van onroerende zaken.

1.3. Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2025, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2025.

1.4. Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

1.5. Afrondingen

In de jaarrekening kunnen afrondingsverschillen voorkomen tussen de opgenomen tabellen en de bijbehorende toelichtingen.

2. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

2.1. Algemeen

2.1.1. Regelgeving

De jaarrekening van Goud Wonen is opgesteld volgens de bepalingen van de Woningwet, het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Btiv) en de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Rtiv). Daarnaast is de jaarrekening opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de door de Raad voor de Jaarverslaggeving uitgegeven Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, in het bijzonder Richtlijn 645 'Toegelaten instellingen volkshuisvesting'. Tevens is rekening gehouden met de vereisten uit de Wet normering topinkomens (WNT).

2.1.2. Vergelijking met voorgaand jaar

Tot en met 2024 werden uitgaven en vooruitontvangen NCG bedragen gescheiden gepresenteerd op de balans. Dit jaar is ervoor gekozen om de uitgaven onder vastgoed in ontwikkeling te salderen met de hieraan gekoppelde NCG bijdragen. Dit leidt tot een verkorting van de balans met €16 miljoen, waarbij ook de vergelijkende cijfers 2024 zijn herzien.

De overige gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.

2.1.3. Financiële instrumenten

Primaire financiële instrumenten
Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten zoals vorderingen, effecten en schulden, als afgeleide instrumenten verstaan. Alle aan- en verkopen volgens standaard markconventies van financiële activa worden opgenomen per transactiedatum, dat wil zeggen de datum waarop de corporatie de bindende overeenkomst aangaat. Voor de grondslagen van financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost van de ‘Grondslagen voor de waardering van activa en passiva’. Goud Wonen is enkel in het bezit van primaire financiële instrumenten.

2.1.4. Scheiding DAEB/niet-DAEB

Op grond van artikel 15 lid 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (RTIV) en Richtlijn voor de Jaarverslaggeving 645.311 is Goud Wonen verplicht om in de toelichting van de enkelvoudige jaarrekening een afzonderlijke balans, winst-en-verliesrekening en een afzonderlijk kasstroomoverzicht op te nemen voor de diensten van algemeen economisch belang (DAEB-tak) en de overige diensten (niet-DAEB-tak). Omdat Goud Wonen al haar volkshuisvestelijke activiteiten direct vanuit de stichting uitvoert en geen gebruik maakt van dochtermaatschappijen of juridische afsplitsingen, is deze scheiding uitsluitend administratief van aard.

De activa, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen worden op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen toegerekend aan de afzonderlijke takken. Hierbij geldt als uitgangspunt dat posten die direct toezien op DAEB- of niet-DAEB-activiteiten – zoals de waarde van specifieke vastgoedcomplexen, huuropbrengsten, opbrengsten en lasten uit servicecontracten, direct toerekenbare onderhoudslasten en verkoopresultaten – volledig en direct aan de betreffende tak worden toegerekend.

Voor posten die niet direct en uitsluitend aan één tak kunnen worden toegewezen, zoals de lasten voor verhuur- en beheeractiviteiten, de overige organisatiekosten en de (on)roerende zaken ten dienste van de exploitatie, wordt gebruikgemaakt van een objectieve verdeelsleutel. Deze toerekening vindt plaats naar de mate waarin zij op de betreffende tak betrekking hebben, veelal op basis van de verhouding in de huuropbrengsten tussen de DAEB- en niet-DAEB-tak.

Een eventuele interne lening (startlening) vanuit de DAEB-tak aan de niet-DAEB-tak is in de gescheiden balans opgenomen onder de financiële vaste activa bij de DAEB-tak en onder de langlopende schulden bij de niet-DAEB-tak. De hiermee samenhangende rentebaten en -lasten worden eveneens aan de corresponderende takken toegewezen. Tot slot worden de (latente en acute) belastingen, zoals tijdelijke waarderingsverschillen of compensabele verliezen, direct gealloceerd naar de tak waar deze fiscaal betrekking op hebben.

2.1.5 Verwerking verplichtingen

In de jaarrekening worden naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verwerkt die kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de corporatie en/of met haar verbonden partijen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de corporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de definitieve ontwerpfase -en afgeleid- het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.

2.2. Vastgoedbeleggingen

2.2.1. Algemene uitgangspunten

Tenzij bij de afzonderlijke balansposten iets anders wordt vermeld gelden voor alle materiële vaste activa de volgende algemene uitgangspunten.

2.2.2. Classificatie

Het vastgoed in exploitatie is onderverdeeld naar DAEB- en niet-DAEB-vastgoed. DAEB-vastgoed omvat woningen met een gereguleerd huurcontract met een aanvangshuur onder de liberalisatiegrens, evenals maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed. Het niet-DAEB-vastgoed omvat het overige vastgoed dat niet onder deze definitie valt, waaronder woningen in de vrije sector en commercieel onroerend goed.

2.2.3. Verwerking van groot onderhoud

Uitgaven na de eerste verwerking van vastgoed in exploitatie worden verwerkt in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Hierbij wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen regulier onderhoud en verbeteringen.

Onderhoudsuitgaven, die puur bedoeld zijn om de eenheid of het complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, worden direct ten laste van het resultaat in de winst-en-verliesrekening gebracht.

Uitgaven voor groot onderhoud die echter kwalificeren als een technische of functionele verbetering, worden geactiveerd en als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed verwerkt. Dergelijk periodiek groot onderhoud wordt volgens de componentenbenadering geactiveerd, waarbij de totale uitgaven specifiek worden toegewezen aan de afzonderlijke samenstellende delen van het vastgoed. Voor zover er bij dit groot onderhoud sprake is van de vervanging van bestaande onderdelen van het actief, wordt de nog aanwezige boekwaarde van deze vervangen onderdelen gedesinvesteerd.

2.2.4. Waardering bij en na eerste verwerking (Marktwaarde)

Het vastgoed wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief direct toerekenbare transactiekosten. Na de eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet gewaardeerd tegen de actuele waarde. Hieronder wordt verstaan de marktwaarde in verhuurde staat.

Uitgaven na de eerste verwerking worden verwerkt conform artikel 14a van de Rtiv. Er wordt onderscheid gemaakt tussen onderhoud en verbetering. Onderhoudsuitgaven zijn gericht op het in dezelfde technische en bouwkundige staat houden van de woning en worden direct in de winst-en-verliesrekening verantwoord als 'Lasten onderhoudsactiviteiten'. Uitgaven die kwalificeren als verbetering, zoals energetische verbeteringen (verduurzaming) of ingrijpende verbouwingen, worden als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed geactiveerd.

De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Rtiv, het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. De marktwaarde wordt bepaald op basis van de toekomstige kasstromen middels de Discounted Cash Flow (DCF)-methode over een periode van 15 jaar, inclusief een eindwaarde. Goud Wonen past hierbij voor het volledige bezit de full-versie van het Handboek toe. De full-versie maakt gebruik van zogeheten 'vrijheidsgraden', waardoor beargumenteerd kan worden afgeweken van modelmatige uitgangspunten om tot een reële, complexspecifieke marktwaarde te komen. Hiervoor wordt een onafhankelijke, ter zake deskundige externe taxateur ingeschakeld, geregistreerd bij het NRVT.

2.2.5. Complexindeling

Om de marktwaardewaardering van het onroerend goed in exploitatie te bepalen, zijn alle verhuureenheden opgedeeld in waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft typevastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als een geheel in verhuurde staat aan een derde partij kan worden verkocht. Alle verhuureenheden maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex.

2.2.6. Waardeveranderingen

Mutaties in de actuele waarde van het vastgoed in exploitatie worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van de winst-en-verliesrekening verantwoord onder de post 'Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille' in de periode waarin de wijziging zich voordoet. Omdat het vastgoed tegen actuele waarde wordt gewaardeerd, vinden er geen reguliere afschrijvingen plaats.

2.2.7. Waardering vastgoedportefeuille 2025

Inschakeling taxateur
Bij de toepassing van de full-versie wordt de waardering op complexniveau vastgesteld met de inschakeling van een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, die is ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT). Om de betrouwbaarheid van de waardering te borgen, dicteert de taxatiecyclus dat jaarlijks minimaal één derde deel van het vastgoed in exploitatie volledig door deze externe taxateur wordt getaxeerd. Voor Goud Wonen betekent dit, dat eens per drie jaar alle onroerende zaken volledig opnieuw worden getaxeerd. Voor de andere twee jaren wordt eveneens door de externe taxateur een markttechnische update verricht.

Het taxatierapport en het bijbehorende taxatiedossier, waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen (vrijheidsgraden) ten opzichte van de basisversie zijn onderbouwd en vastgelegd, zijn in het bezit van Goud Wonen en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.

Overzicht van het gebruik van vrijheidsgraden door de taxateur

· Markthuur:

Wat betreft de wooncomplexen is de markthuur bepaald met behulp van de markthuurwaardetabel van Value Metrics, ingelezen en MVGM heeft dit op aannemelijkheid getoetst. Per wooncomplex is op basis van een referentiewoning met een gemiddeld oppervlakte de markthuur bepaald en aan de hand daarvan ingeschat of de markthuur volgend uit de markthuurtabel aannemelijk lijkt.

Ten aanzien van de BOG complexen heeft MVGM heeft per verhuurbare eenheid de markthuur bepaald. Er zijn per waarderingscomplex referenties opgenomen in de complexrapportages.

De markthuur voor de parkeercomplexen is afgeleid van recent verhuurde transacties.

Wat betreft de markthuurstijging van de woon- en parkeercomplexen is het Handboek gevolgd. Voor wat betreft de BOG, MOG en ZOG complexen is ten aanzien van de markthuurstijging een eigen inschatting gehanteerd.

· Eindwaarde:

De taxateur heeft de exit yield aan de huur/leegwaarde van het wooncomplex aan het einde van de beschouwingsperiode gerelateerd. Hiermee is op basis van marktreferenties en een te verwachten veroudering een exit yield ingeschat. Daarnaast is er gerekend met het bruto aanvangsrendement (BAR) op de huurinkomsten in jaar 1 vermeerderd met een verouderingsopslag, waarmee de ingeschatte exit yield is getoetst.

Per wooncomplex is aan de hand van bovenstaande werkwijze getoetst of de eindwaarde (en daaruit voortvloeiende exit yield) van het Handboek overschreven moet worden. Over het algemeen heeft de taxateur aanpassingen gedaan in de disconteringsvoet waardoor ook de berekende eindwaarde wijzigt. Op het moment dat de berekende exit yield nog steeds te veel afwijkt van hetgeen de taxateur passend acht, is de exit yield overschreven.

Taxateurs hebben gekozen om voor BOG/MOG/ZOG en parkeren de eindwaarde vast te stellen middels een exit yield aangezien dit beter toetsbaar is aan de markt en een duidelijke correlatie heeft met de rendementseis in jaar t=0.

· Leegwaarde (marktwaarde vrij van huur en gebruik):

Per wooncomplex zijn aan de hand van afstand, oppervlakte, bouwjaar, type woning, transactiedatum en afwerking de best bruikbare koopreferenties geselecteerd. De transacties zijn afgepeld en gecorrigeerd om deze zo vergelijkbaar mogelijk te maken met de te taxeren woningen. MVGM heeft per wooncomplex op basis van een referentiewoning met een gemiddeld oppervlakte de leegwaarde bepaald.

De taxateur is uitgegaan van een sober c.q. eenvoudig afwerkingsniveau van de woningen van de complexen. Daarnaast is er voor de leegwaardebepaling (fictief) uitgegaan van eigendom / langdurig afgekocht erfpacht om hier zodoende in de marktwaardebepaling niet dubbel voor te corrigeren.

Per complex zijn de drie beste referenties in de complexrapportages opgenomen. De taxateur heeft de beoordeling van de referenties gedaan op basis van foto’s, waarbij de woning en het afwerkingsniveau zijn beoordeeld en waar nodig correcties meegenomen. Daarnaast is gecorrigeerd voor de factor tijd met een marktindex en uiteraard ook voor het verschil in metrage.

Voor wat betreft parkeren is een vergelijkbare werkwijze als hierboven toegepast.

Wat betreft de leegwaardestijging zijn de vastgestelde percentages van het Generieke Parameter Overleg gevolgd. Voor wat betreft parkeren is uitgegaan van de bevindingen in het handboek.

· Disconteringsvoet:

Taxateurs hebben per object een risico-opslag op de ‘basis-disconteringsvoet’ (bestaande uit het risicovrije rendement en de risico-opslag voor het type onroerend goed) bepaald, passend bij het risicoprofiel van het betreffende object en de kasstromen. Bij de markttechnische updates dienen de in de vorige waardering gehanteerde disconteringsvoeten als vertrekpunt.

De disconteringsvoet is vervolgens getoetst. Hierbij is met name gestuurd op de output (BAR k.k.) welke in lijn dient te liggen met het marktbeeld/referenties. Bij wooncomplexen wordt tevens gekeken naar de huur/leegwaarde verhouding en de leegwaarderatio. Op basis van de kasstromen, het energielabel, de overige waarderingsparameters en de disconteringsvoet wordt getoetst in hoeverre het te taxeren complex aansluit op de markt. De disconteringsvoet -en als onderdeel hiervan de marktcorrectie- is hierbij belangrijk om aansluiting op de markt te krijgen.

· Mutatiegraad en verkoopkans:

Voor wat betreft mutatiekans is getracht zo veel mogelijk aansluiting te zoeken bij de door Goud Wonen opgegeven 5-jaars historische mutatiegraad. Voor wat betreft parkeren is een mutatiegraad passende bij de aantallen en de hoogte van de huuropbrengst van het complex gehanteerd.

· Looptijd bij herziening:

Wat betreft enkele BOG/MOG/ZOG complexen is de vrijheidsgraad looptijd bij herziening gebruikt. Zonder deze vrijheidsgraad bleven complexen jaarlijks muteren waardoor er een irreëel beeld werd gevormd.

· Onderhoud:

Ten aanzien van het onderhoud is in de waardering uitgegaan van de bevindingen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.

· Technische splitsingskosten:

Conform het Generieke Parameter Overleg worden enkel de eventuele juridische splitsingskosten meegenomen. Technische splitsingskosten zijn niet meegenomen, omdat deze niet zijn te bepalen door de taxateurs op basis van een geveltaxatie.

· Erfpacht:

In de portefeuille van Goud Wonen is geen sprake van erfpacht.

· Achterstallig onderhoud:

In de portefeuille van Goud Wonen is geen sprake van achterstallig onderhoud.

· Overdrachtsbelasting:

Zowel het Handboek is gevolgd als de wettelijke actuele tarieven. In T=0 is 10,4% gehanteerd en in T=16 is voor de wooncomplexen 8% overdrachtsbelasting gehanteerd door de verlaging van het belastingtarief voor verhuurde woningen per 01-01-2026. Voor niet reguliere wooncomplexen is ook in T=16 10,4% aan overdrachtsbelasting gehanteerd.

2.2.8. Grondslagen voor de bepaling van de beleidswaarde

Op grond van artikel 15 lid 3 Rtiv dient de beleidswaarde in de toelichting van de jaarrekening te worden vermeld. De beleidswaarde weerspiegelt de verdiencapaciteit van het vastgoed in exploitatie, uitgaande van het daadwerkelijke volkshuisvestelijke beleid van Goud Wonen. De berekeningssystematiek voor de beleidswaarde is structureel losgekoppeld van de marktwaarde.

Voor de bepaling van de beleidswaarde gelden onder andere de volgende grondslagen:

1. Er wordt uitgegaan van een doorexploiteerscenario met een DCF-periode van 60 jaar, zonder eindwaarde;

2. De contante waarde wordt berekend met een landelijk vastgestelde, geüniformeerde sociale disconteringsvoet;

3. In de berekening wordt gerekend met de (lagere) eigen streefhuren bij mutatie in plaats van de commerciële markthuren;

4. De toekomstige onderhoudsuitgaven zijn gebaseerd op de eigen meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) op complexniveau met een horizon van 60 jaar, in plaats van algemene marktnormen;

5. Er is rekening gehouden met specifieke harde verplichtingen, zoals de noodzakelijke investeringen voor het verplicht uitfaseren van woningen met een EFG-energielabel;

6. De beheerlasten zijn gebaseerd op de eigen meerjarenbegroting van Goud Wonen.

2.2.9. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Dit betreft complexen in aanbouw of in ontwikkeling ten behoeve van toekomstige verhuurexploitatie. Vastgoed in ontwikkeling wordt gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs (inclusief direct toerekenbare interne kosten en eventuele bouwrente), dan wel de lagere marktwaarde. Indien per balansdatum sprake is van feitelijke of in rechte afdwingbare investeringsverplichtingen waarbij de kostprijs hoger is dan de verwachte marktwaarde bij oplevering (de onrendabele top), wordt voor dit negatieve verschil direct een voorziening voor onrendabele investeringen getroffen ten laste van de winst-en-verliesrekening. Zodra het vastgoed wordt opgeleverd en beschikbaar is voor verhuur, wordt het geherclassificeerd naar 'Vastgoed in exploitatie'.

2.3. Aardbevingen, Versterking en 'Nij Begun'

Goud Wonen heeft woningen in een gebied waar aardbevingen optreden. Dit heeft in het verleden, nu en in de toekomst effect op onder meer de bedrijfsvoering, het vastgoed en de hieraan gerelateerde risico’s. In dit hoofdstuk gaan wij in op de effecten van aardbevingen voor Goud Wonen:

1. De risico’s en de beheersing op het gebied van vastgoed en bedrijfsvoering;

2. De reeds ontstane schade en de afhandeling hiervan;

3. De waarde en waarderingseffecten op het vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkeling, subsidieregelingen en overheadkosten;

4. De gevolgen voor huurders en de rol van Goud Wonen hierbij  

5. De gevolgen voor de jaarrekening.

2.3.1. Risico’s en risicobeheersing

Door de ligging van het vastgoed wordt Goud Wonen geconfronteerd met diverse belangrijke risico’s ten aanzien van de waardering van het vastgoed en de toekomstige bedrijfsvoering als gevolg van de aardbevingen. De risico’s kunnen als volgt worden geduid:

Vastgoed

· Afnemende (leeg)waarde van het bezit en het risico op verdere waardedaling en/of vertraagde verkopen door verandering van het sentiment in de markt ten aanzien van de bewoonbaarheid van de omgeving. Dit in aanvulling op de demografische ontwikkelingen in de regio (indirecte waardeschade);

· Risico op een lagere kasstroom door leegstand vanwege onverhuurbaarheid en/of afnemende vraag en/of (bijvoorbeeld door onzekerheid over versterking) vertraagde oplevering van nieuwbouwprojecten en daardoor latere start van huurinkomsten;

· Risico van directe fysieke schade aan het vastgoed;

· Risico van verplichtingen tot versterking van het bezit om deze aardbevingsbestendig te maken, dit in lijn met de Nederlandse Praktijk Richtlijn voor Aardbevingsbestendig bouwen[1]. In bepaalde gevallen heeft dit tot gevolg dat woningen moeten worden gesloopt en nieuw gebouwd;

· Risico van hogere bouwkosten voor nieuwbouwprojecten waar geen extra baten tegenover staan, omdat deze aardbevingsbestendig moeten worden gebouwd.

Bedrijfsvoering
· Risico van extra kosten door verhoogde aandacht/extra te leveren inspanningen voor de exploitatie van het vastgoed en/of in de contacten met huurders, belanghebbenden, overhead en projectontwikkeling;

· Risico van aansprakelijkheid voor schade/kosten bij optreden van persoonlijke ongelukken bij huurders als gevolg van aardbevingen en/of het verliezen van de huurwoningen;

· Risico van kosten als gevolg van inspanningen om schade te beperken of te moeten voorzien in noodvoorzieningen, zowel in de bedrijfsvoering als in de huisvesting van huurders;

· Risico van extra financieringskosten, doordat reparatie van schades c.q. inspanningen om schades te behandelen en/of te beperken, eerder gemaakt moeten worden dan dat vergoeding (huuropbrengsten en/of externe financiering) wordt ontvangen.

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) volgt de ontwikkelingen in het aardbevingsgebied. Goud Wonen informeert de Aw proactief over de gevolgen voor haar portefeuilleplan.

2.3.2. De reeds ontstane schade en de afhandeling hiervan

De exploitanten van het gaswinningsgebied (NAM) zijn wettelijk verplicht de schade en de kosten van het voorkomen van schade als gevolg van gaswinning te vergoeden (artikel 6:177 lid 1 en lid 4 BW, artikel 6:174 BW lid 3 BW, 6:184 BW en/of 6:162 BW in combinatie met art. 6:96 lid 1 en lid 2 onder a en b BW).

In 2020 is de Tijdelijke wet Groningen[2] in werking getreden en daarbij is het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) in 2021 gestart met de uitvoering van deze wet. Goud Wonen gaat er dan ook vanuit dat alle vormen van schade als gevolg van de aardbevingen volledig vergoed worden door de NAM ofwel door het IMG.

In het voorjaar van 2023 is het rapport verschenen van de Parlementaire enquêtecommissie. Het rapport genaamd “Groningers boven gas[3]”, de reactie “Ereschuld: herstel en perspectief voor Groningen” en de kabinetsreactie “Nij Begun” maken duidelijk: de belangen van de Groningers zijn structureel genegeerd. Er is een schadeprocedure voor het afhandelen van fysieke schade aan het vastgoed. Herstel- en versterkingsschade worden door Goud Wonen zelf afgehandeld en Goud Wonen krijgt hiervoor een marktconforme vergoeding van het IMG.

2.3.3. Effecten van aardbevingen op de waarde(ring) van woningen

Aardbevingen en het risico daarop hebben een effect op de waarde van het bezit van Goud Wonen en daarmee op de vastgoedwaardering. Dit effect werkt door op de waardering in de jaarrekening en raakt zowel de marktwaarde in verhuurde staat als de beleidswaarde.

Waarderingseffecten en schikking NAM

Het effect van aardbevingen op de marktwaarde is onderdeel van de vastgoedwaardering op basis van marktwaarde in verhuurde staat. Gezien de aard van de problematiek geldt hier een meer dan normale onzekerheid ten aanzien van de inschattingen bij de parameters.

In 2022 hebben de betrokken Groningse woningcorporaties een schikking getroffen met de NAM over het beëindigen van de door de corporaties ingestelde schadestaatprocedure. Het schikkingsbedrag is ontvangen en in het resultaat verwerkt onder de niet-gerealiseerde waardeveranderingen. Over de fiscale verwerking vindt nog afstemming plaats met het Ministerie van EZK.

Voor de beleidswaarde is de waardedalingsschade eveneens aanwezig, maar minder waarneembaar omdat deze gebaseerd is op toekomstige exploitatiekasstromen en leegwaarde hierbij minder van belang is.

Versterken, verduurzamen en 'Nij Begun' subsidies

Goud Wonen heeft woningen in het aardbevingsgebied die hersteld en verstevigd moeten worden. Tot en met 2028 betekent dit dat wij voor een forse versterkingsopgave staan van circa 400 te slopen en nieuw te bouwen woningen. De werkzaamheden worden uitgevoerd volgens het bestuursakkoord uit 2020 en hieraan zijn diverse subsidiestromen gekoppeld.

Naast de initiële subsidieregelingen, heeft het kabinet met de 50 maatregelen uit 'Nij Begun' extra middelen uitgetrokken om te bouwen aan het herstel van woningen en mensen. Goud Wonen verantwoordt de specifieke subsidiestromen vanuit 'Nij Begun' in 2025 als volgt:

·         Maatregel 29 (Verduurzamingsstimulering): Goud Wonen heeft in 2025 een eerste tranche ontvangen van € 3.132.866,90 (op een totaal toegekend bedrag van bijna € 9,4 miljoen). Omdat deze regeling een inspanningsverplichting bevat, kwalificeert dit als een investeringssubsidie. Dit bedrag is als vooruitontvangen bedrag onder de overlopende passiva op de balans gepresenteerd en wordt bij realisatie als desinvestering in mindering gebracht op de boekwaarde van het actief.

·         Gespikkeld Bezit (Onderdeel Maatregel 29): Voor de complexe aanpak bij Verenigingen van Eigenaars ontving Goud Wonen € 116.424,18. Dit is exclusief bedoeld voor procesondersteuning en ontzorging en is in 2025 direct als 'overige bedrijfsopbrengsten' in het resultaat verantwoord.

·         Maatregel 30 (Uitbreiding Postcoderegeling): Via deze regeling ontving Goud Wonen € 50.375,-, bedoeld als eenmalige tegemoetkoming van € 750,- per huurder. Het uitgekeerde bedrag is aan de huurders doorbetaald. Het niet-uitgekeerde restant staat voorlopig gereserveerd onder de overlopende passiva in afwachting van definitieve instructies vanuit het ministerie.

VSO Belastingdienst en Overheadkosten

In de voorliggende jaarrekening zijn baten c.q. compensaties verwerkt die het gevolg zijn van de aardbevingsschade. Na jarenlange gesprekken met de Belastingdienst is overeenstemming bereikt, hetgeen in 2026 wordt vastgelegd in een VSO Aardbevingsschade. De afspraken betreffen afwaardering voorafgaand aan sloop, een compensatieregeling zonder aanwendingsverplichting en afwaardering van verbeteringen. De impact voor Goud Wonen wordt verwerkt in jaarrekening 2026.

Ten aanzien van overheadkosten (in- en externe overleguren, adviseurs) is met het Ministerie van EZK afgesproken dat vanaf 2021 maximaal € 350.000 gezamenlijk aan overheadkosten wordt vergoed voor de Groningse corporaties, wat via de subsidieregelingen wordt toegekend.

2.3.4. De gevolgen voor huurders en de rol van Goud Wonen hierbij

De aardbevingsproblematiek en de daaruit voortvloeiende versterkingsopgave trekken een zware wissel op het leven van onze huurders. Het brengt onzekerheid, stress en ingrijpende veranderingen met zich mee. Veel huurders moeten hun vertrouwde thuis (tijdelijk) verlaten en verhuizen naar een wisselwoning. Wij realiseren ons terdege dat we in dit proces niet alleen stenen vervangen, maar diep ingrijpen in het dagelijks leven van onze bewoners.

Als lokaal gewortelde corporatie zien wij het als onze kerntaak om dicht bij onze huurders te staan. Voor de intensieve en persoonlijke bewonersbegeleiding bij sloop, nieuwbouw en versterking trekken wij nauw op met Rizoem B.V. We proberen de overlast tot een minimum te beperken door zorgvuldig te faseren en goed te luisteren naar signalen uit de praktijk. Waar we in het verleden merkten dat de impact van de projecten op de bewoners soms erg groot was, hebben we in 2025 bewust bijgestuurd: we pakken minder tegelijk op, met nóg meer oog voor de menselijke maat en participatie van de huurder.

Daarnaast zetten we ons in voor een rechtvaardige compensatie voor het leed dat is aangericht. Vanuit de 'Nij Begun'-maatregelen van het Rijk (specifiek Maatregel 30) kregen huurders in de recent uitgebreide postcodegebieden recht op een eenmalige tegemoetkoming. Goud Wonen heeft dit proces in 2025 proactief gefaciliteerd en in het najaar de vergoeding van € 750,- succesvol uitgekeerd aan de rechthebbende huurders.

Tot slot kijken we nadrukkelijk verder dan de voordeur. Het (tijdelijk) verhuizen van groepen bewoners heeft direct impact op het 'noaberschap' en de sociale cohesie in onze dorpen en wijken. Wij zien het dan ook als onze rol om, samen met bewoners en maatschappelijke partners, actief te blijven investeren in leefbaarheid en het smeden van nieuwe gemeenschappen. Zo zorgen we ervoor dat onze huurders zich na alle ingrepen weer écht veilig en thuis voelen in Het Hogeland.

2.3.5. Gevolgen voor de jaarrekening

Als gevolg van bovenstaande omstandigheden bestaan in beperkte mate onzekerheden ten aanzien van de vastgoedwaardering per 31 december 2025. Gezien de status van de inventarisatie van de technische en economische schade aan het vastgoed, het ontbreken van voldoende referentietransacties (zeker bij complexgewijze verkopen, die de basis vormen voor een marktwaarde waardering) en de lopende gesprekken met de Nationaal Coördinator Groningen (NCG), de Dialoogtafel, het Groninger Gasberaad en het Ministerie van Binnenlandse Zaken, zijn de financiële consequenties hiervan vooralsnog niet op voldoende betrouwbare wijze te bepalen.

2.4. Materiële vaste activa

2.4.1. (On-)roerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Onroerende en roerende zaken die worden ingezet voor de eigen bedrijfsvoering (zoals kantoorinrichting en ICT-middelen) worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte economische levensduur en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Op gronden bestemd voor eigen gebruik wordt niet afgeschreven.

2.5. Financiële vaste activa

2.5.1. Financiële instrumenten (vorderingen, liquide middelen en schulden)

Financiële instrumenten worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, inclusief direct toerekenbare transactiekosten. Na de eerste verwerking worden verstrekte leningen, (huur)debiteuren, overige vorderingen en lang- en kortlopende schulden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Voor vorderingen (zoals huurdebiteuren) wordt een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht op de boekwaarde. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

2.5.2. Latente belastingvorderingen en -verplichtingen

Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden, of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Voor tijdelijke verschillen die voortvloeien uit herwaardering van activa wordt conform artikel 2:390 lid 5 BW géén latentie gevormd.

Latente belastingvorderingen uit hoofde van verrekenbare verschillen en beschikbare voorwaartse verliescompensatie worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd. Met ingang van het boekjaar 2022 kunnen verrekenbare verliezen niet langer verdampen.

Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder de financiële vaste activa, latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen. Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde. De belastinglatenties worden contant gemaakt tegen de netto-rente.

2.6. Voorraden

Deze voorraden zijn voor rekening en risico van Goud Wonen en worden in de basis gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere netto-opbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door een individuele beoordeling van de voorraden. Binnen de voorraden worden de volgende drie categorieën onderscheiden:

2.6.1. Vastgoed bestemd voor de verkoop

Onder vastgoed bestemd voor de verkoop wordt de voorraad woningen verantwoord (opgeleverd en nog niet verkocht) die niet in exploitatie is en is aangewezen voor verkoop, zoals in 2024 het pand aan de J. Cohenstraat 7c te Uithuizen.

Dit vastgoed wordt gewaardeerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de lagere netto-opbrengstwaarde. De vervaardigingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging of vervaardiging, waaronder bouwkosten en directe loonkosten. De netto-opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs, onder aftrek van nog te maken kosten voor voltooiing en direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van deze opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met een eventuele incourantheid van de voorraden.

2.6.2. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop omvat het onderhanden werk, oftewel de nog niet opgeleverde en nog onverkochte woningen uit projectontwikkeling. Ook dit vastgoed wordt gewaardeerd op de vervaardigingsprijs of de lagere netto-opbrengstwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de bouwkosten, de directe loonkosten en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend om de voorraden in hun huidige staat en op hun huidige plaats te brengen. Hierbij is inbegrepen een opslag voor aan de productie gerelateerde indirecte kosten en eventueel toegerekende bouwrente. Net als bij het vastgoed bestemd voor verkoop, wordt bij de bepaling van de opbrengstwaarde rekening gehouden met de incourantheid van het vastgoed.

2.6.3. Overige voorraden

De overige voorraden, zoals de voorraad materialen ten behoeve van klachten- en planmatig onderhoud, worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs (vaste verrekenprijzen) of de lagere netto-opbrengstwaarde. Daarbij wordt eveneens rekening gehouden met een aftrek voor mogelijke incourantheid, gebaseerd op een verwachte lagere opbrengstwaarde. De waardering van deze overige voorraden komt tot stand op basis van de FIFO-methode (first in, first out).

2.7. Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan banken en rekeningcourantkrediet onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

2.8. Voorzieningen

2.8.1. Algemene grondslagen voor voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. Voorzieningen worden in beginsel gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.

Binnen Goud Wonen worden de volgende specifieke voorzieningen onderscheiden:

2.8.2. Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Goud Wonen staat voor een forse versterkings- en nieuwbouwopgave in het Groningse aardbevingsgebied. Voor toekomstige projectmatige investeringen en herstructureringen waarvoor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen zijn aangegaan, wordt beoordeeld of deze kwalificeren als een verlieslatend contract. Van een feitelijke verplichting is sprake wanneer het besluit intern is geformaliseerd en extern is gecommuniceerd naar bijvoorbeeld huurders en de gemeente.

Verwachte verliezen als gevolg van deze onrendabele investeringen (de onrendabele top) worden in eerste instantie als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het vastgoedcomplex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de actuele boekwaarde van het betreffende complex overtreffen, wordt voor dit meerdere een afzonderlijke voorziening op de balans gevormd. Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan: het verschil tussen de stichtingskosten (investering) en de verwachte marktwaarde in verhuurde staat van het betreffende project bij oplevering.

2.8.3. Jubileumvoorziening

In de jaarrekening is een voorziening opgenomen voor toekomstige jubileumuitkeringen aan ons personeel. Deze voorziening is opgebouwd voor te verwachten uitkeringen wanneer medewerkers 12,5, 25 of 40 jaar in dienst zijn bij Goud Wonen. De opgenomen verplichting vormt de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen per balansdatum af te wikkelen, waarbij rekening is gehouden met de opbouw van rechten en actuariële inschattingen zoals blijf-kansen.

2.8.4. Voorziening voor pensioenen (Niet in de balans opgenomen)

Goud Wonen heeft haar pensioenregeling voor alle medewerkers ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Deze regeling wordt gefinancierd door middel van kostendekkende premiebetalingen in het desbetreffende kalenderjaar. Omdat het SPW financieel zeer gezond is en de actuele (beleids)dekkingsgraad ruimschoots boven het door De Nederlandsche Bank (DNB) vereiste minimum ligt, is er absoluut geen sprake van een dekkings- of reservetekort.

Als gevolg hiervan heeft Goud Wonen bij een tekort in het fonds geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen, anders dan door eventuele hogere toekomstige premies. Derhalve zijn er per ultimo 2025 geen verplichtingen waarvoor een pensioenvoorziening op de balans hoeft te worden opgenomen. De jaarlijks verschuldigde pensioenpremies worden direct als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord.

2.9. Eigen vermogen en Herwaarderingsreserve

Voor de ongerealiseerde waardevermeerderingen van het vastgoed in exploitatie, zijnde het positieve verschil tussen de actuele marktwaarde en de historische verkrijgings- of vervaardigingsprijs (zonder rekening te houden met afschrijvingen), wordt een herwaarderingsreserve gevormd. Deze herwaarderingsreserve wordt op waarderingscomplexniveau bepaald. De toevoegingen aan en onttrekkingen uit deze reserve worden gemuteerd ten laste of ten gunste van de post 'Overige reserves'. Conform artikel 2:390 lid 5 BW wordt bij de bepaling van de herwaarderingsreserve geen rekening gehouden met latente belastingen.

2.10. Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die het gevolg zijn van een gebeurtenis uit het verleden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden geschat en waarbij een uitstroom van middelen waarschijnlijk is.

· Voorziening onrendabele investeringen: Gevormd indien de kostprijs van nieuwbouw of ingrijpende herstructurering de verwachte marktwaarde bij oplevering overtreft. Van een feitelijke verplichting is sprake wanneer dit intern is geformaliseerd en extern is gecommuniceerd, bijvoorbeeld door een definitief-ontwerpbesluit.

· Jubileumvoorziening: Gevormd voor toekomstige uitkeringen aan personeel bij een dienstverband van 12,5, 25 of 40 jaar, gebaseerd op actuariële grondslagen zoals blijfkansen.

2.11. Langlopende Schulden en Treasury

2.11.1. Financieringsbeleid en Leningenportefeuille

De treasury-activiteiten en het leningenbeleid van Goud Wonen zijn erop gericht om de (lange termijn)financiering voor onze volkshuisvestelijke opgaven, waaronder de ingrijpende versterkings- en verduurzamingsopgave, duurzaam en tegen zo laag mogelijke kosten te borgen.

De langlopende schulden (met een resterende looptijd langer dan één jaar) van Goud Wonen bestaan uit leningen bij banken en een beperkte restantschuld bij   gemeente Hogeland. Het kortlopende deel van deze leningen, oftewel de reguliere aflossingsverplichtingen voor het komende jaar, wordt afzonderlijk verantwoord onder de kortlopende schulden. Eind 2024 bedroeg het totale volume van onze langlopende schulden afgerond € 24,9 miljoen. Gezien onze forse investeringsambities in nieuwbouw en het verbeteren van de bestaande voorraad, is in de meerjarenbegroting een stijging van de langlopende schulden voorzien naar circa € 36,5 miljoen per eind 2025. Wij hanteren hierbij een prudente spreiding in de looptijden van onze leningen om herfinancieringsrisico's te beperken; zo had het merendeel van de leningen (ruim € 16,4 miljoen) ultimo 2024 een resterende looptijd van langer dan vijf jaar.

2.11.2. Borging door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

Om onze maatschappelijke investeringen tegen gunstige voorwaarden en lage rentetarieven te kunnen financieren, is onze volledige leningenportefeuille geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Omdat het vastgoed met deze WSW-geborgde leningen is gefinancierd, is ons onroerend goed niet met hypothecaire zekerheden bezwaard.

Als zekerheid voor het WSW (de 'achtervang') is Goud Wonen op grond van het Reglement van Deelneming een obligoverplichting aangegaan. De maximale omvang van het gecommitteerd obligo is door het WSW vastgesteld op 2,6% van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Via een amenderingsovereenkomst d.d. 16 oktober 2025 is de hoofdsom van deze faciliteit bijgesteld naar € 710.000.

2.11.3. Financiële Instrumenten en Renterisico

Goud Wonen opereert met een nuchter en behoudend risicoprofiel. Waar grotere corporaties regelmatig gebruikmaken van afgeleide financiële instrumenten ter afdekking van hun renterisico's, maakt Goud Wonen nadrukkelijk en uitsluitend gebruik van primaire financiële instrumenten. Wij hebben géén afgeleide financiële instrumenten (zoals derivaten of renteswaps) in onze portefeuille.

Wij beheersen ons renterisico door de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt scherp te monitoren. Hierdoor kunnen we tijdig inspringen om leningen die voor renteconversie in aanmerking komen, tegen lagere percentages te herfinancieren of direct af te lossen met eigen geldmiddelen. Door dit actieve beleid is de gemiddelde rentevoet over onze totale leningenportefeuille laag en stabiel gebleven.

2.11.4. Marktwaarde van de Leningen

Conform de verslaggevingsrichtlijnen informeren wij u tevens over de marktwaarde (reële waarde) van onze leningenportefeuille. Deze marktwaarde representeert de contante waarde van de toekomstige kasstromen (rente en aflossing), gedisconteerd tegen de actuele marktrente per balansdatum. De marktwaarde van de leningenportefeuille is opgenomen in de toelichting op de balans.

2.12. Kortlopende Schulden

De kortlopende schulden hebben een restant looptijd van korter dan één jaar. De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en worden vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Vanwege het kortlopende karakter benadert de reële waarde van de kortlopende schulden de boekwaarde.

3. Grondslagen voor bepaling van het resultaat

3.1. Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het verslagjaar. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten op transacties worden uitsluitend verantwoord in het jaar waarin ze zijn gerealiseerd; verplichtingen en mogelijke verliezen worden direct in acht genomen zodra deze voorzienbaar zijn of in ieder geval wanneer zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van (on)gerealiseerde waardeveranderingen van het op actuele marktwaarde gewaardeerde vastgoed, te weten het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

3.1.1. Functionele indeling

De winst-en-verliesrekening wordt gepresenteerd op basis van de voorgeschreven functionele indeling. Omdat Goud Wonen meerdere volkshuisvestelijke en maatschappelijke activiteiten uitvoert, geeft de functionele indeling de gebruiker van de jaarrekening een beter inzicht in de opbouw van het resultaat dan een traditionele categorale indeling.

Binnen de functionele resultatenrekening wordt het resultaat specifiek uitgesplitst naar de volgende kernactiviteiten:

1. Verhuur- en beheeractiviteiten: huuropbrengsten, opbrengsten en lasten uit servicecontracten.

2. Onderhoudsactiviteiten: alle (in)directe lasten met betrekking tot planmatig, klachten-, en mutatieonderhoud.

3. Verkoopactiviteiten: opbrengsten en kosten vanuit de verkoop van het bestaande vastgoedbezit.

4. Leefbaarheid: alle lasten ter bevordering van de leefbaarheid en het 'noaberschap' in onze wijken en dorpen.

5. Overige activiteiten en Organisatiekosten: resultaten uit niet-primaire activiteiten en de algemene (niet direct toewijsbare) organisatiekosten.

3.1.2. Toerekening van baten en lasten

In de functionele winst-en-verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van Goud Wonen. Bij de kosten wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen direct toerekenbare kosten en indirecte kosten. Direct toerekenbare kosten worden direct bij het betreffende functionele onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten zoals kantoor-, automatiseringskosten en personeelslasten aan de respectieve onderdelen, gebeurt door middel van een kostenverdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van een reële inschatting van de werkelijke activiteiten en tijdsbesteding van de werknemers (fte's).

3.1.3. Splitsing DAEB en niet-DAEB

Wanneer opbrengsten of kosten volledig en uitsluitend toezien op DAEB- of niet-DAEB-activiteiten, worden deze direct en volledig aan de betreffende tak toegerekend. Dit is onder andere het geval bij de resultaten uit de verkoop van de vastgoedportefeuille, bij de waardeveranderingen van de vastgoedportefeuille en bij de specifieke rentelasten.

Voor posten waarbij een zuivere, directe splitsing tussen DAEB en niet-DAEB niet mogelijk is, vindt de verdeling plaats op basis van een objectieve verdeelsleutel. Goud Wonen hanteert hiervoor de verhouding in de gerealiseerde huuropbrengsten tussen de DAEB- en niet-DAEB-tak.

3.2. Bedrijfsopbrengsten

3.2.1. Huuropbrengsten

De huuropbrengsten betreffen de inkomsten die voortvloeien uit de verhuurexploitatie van zowel het DAEB- als het niet-DAEB-vastgoed. Deze opbrengsten zijn het resultaat van het huurprijsbeleid van Goud Wonen, dat is vastgesteld binnen de geldende landelijke wettelijke kaders. De opbrengsten uit hoofde van huur worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord in het jaar waarin de diensten (de terbeschikkingstelling van de woonruimte) worden verleend. De bruto huuropbrengst wordt verminderd met de derving van huurinkomsten als gevolg van leegstand, evenals met de afboeking van dubieuze huurdebiteuren en de mutatie van de voorziening voor oninbaarheid.

3.2.2. Opbrengsten servicecontracten

Onder deze post worden de overeengekomen vergoedingen en bijdragen verantwoord die Goud Wonen ontvangt van haar huurders voor geleverde goederen en diensten uit hoofde van servicecontracten. De opbrengsten worden als gerealiseerd aangemerkt in het jaar van levering van deze goederen en diensten, onder aftrek van een eventuele derving wegens leegstand of oninbaarheid. De bijdragen dienen ter dekking van de gemaakte servicekosten. Een afrekening met huurders op basis van de daadwerkelijke bestedingen vindt jaarlijks achteraf plaats. De daadwerkelijk gemaakte servicekosten worden in de winst-en-verliesrekening afzonderlijk verantwoord onder de 'lasten servicecontracten'.

3.2.3. Overheidsbijdragen en subsidies

Onder de overheidsbijdragen worden de exploitatiebijdragen en overige subsidies van (lokale) overheden en instanties verantwoord. Dit betreft uitsluitend bijdragen die niet kwalificeren als investeringssubsidie. Deze exploitatiebijdragen worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord in het boekjaar waarin de gesubsidieerde kosten door Goud Wonen zijn gemaakt, dan wel in de periode waarop het exploitatietekort of de opbrengstenderving betrekking heeft. Vooruitontvangen subsidies met een inspanningsverplichting (zoals de investeringssubsidies voor de verduurzamingsopgave) worden op de balans onder de overlopende passiva gepresenteerd totdat de investering is gerealiseerd.

3.2.4. Netto-opbrengst verkoop bestaand bezit

Onder deze post wordt de netto verkoopopbrengst van de reguliere verkoop van huurwoningen en overig vastgoed verantwoord. Deze opbrengst wordt bepaald door de gerealiseerde verkoopwaarde te verminderen met de direct aan de verkoop toerekenbare kosten, zoals taxatie-, makelaars- en notariskosten. De opbrengsten worden verantwoord op het moment van de juridische en economische eigendomsoverdracht, oftewel bij het passeren van de transportakte.

3.2.5.Opbrengsten overige activiteiten

In deze rubriek worden de inkomsten uit de niet-primaire volkshuisvestelijke activiteiten van Goud Wonen verantwoord. Naast reguliere incidentele opbrengsten en de inkomsten uit het beheer van Verenigingen van Eigenaars (VvE's), verantwoordt Goud Wonen hierin specifiek de operationele vergoedingen die voortvloeien uit het overheidsbeleid 'Nij Begun' voor het Groningse aardbevingsgebied. Zo wordt de ontvangen vergoeding voor de ontzorging en procesondersteuning bij gespikkeld bezit (VvE-aanpak) direct en volledig als overige bedrijfsopbrengst in het resultaat geboekt. Ook de administratiekostenvergoeding die Goud Wonen in 2025 ontving voor de uitvoering van de uitbreiding van de postcoderegeling (Maatregel 30) is verantwoord onder deze overige opbrengsten.

3.3. Bedrijfslasten

3.3.1. Afschrijvingen

Afschrijvingen hebben alleen betrekking op roerende en onroerende activa ten dienste van de exploitatie (eigen gebruik). Over de roerende en onroerende activa wordt volgens de lineaire methode afgeschreven op basis van de te verwachten economische gebruiksduur. Afschrijving van het actief vindt plaats tot de restwaarde is bereikt.

3.3.2. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De waardeveranderingen worden gebaseerd op de waardering van de betreffende activaposten. De onder deze post verantwoorde bedragen hebben betrekking op een afboeking dan wel terugneming van een bijzondere waardevermindering. Deze bijzondere waardevermindering ontstaat door een jaarlijkse toets van de reële waarde (marktwaarde in verhuurde staat) ten opzichte van de waarde gebaseerd op de boekwaarde.

3.3.3. Lonen, salarissen en sociale lasten

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers.

3.3.4. Pensioenlasten

Goud Wonen heeft alle pensioenregelingen verwerkt volgens de verplichtingenbenadering. De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord. Mutaties in de pensioenvoorziening worden ook in de winst- en verliesrekening verwerkt. Het bedrag dat als pensioenvoorziening is opgenomen, is de beste schatting van de nog niet gefinancierde bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. Goud Wonen heeft één pensioenregeling. De belangrijkste kenmerken hiervan zijn:

· Pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Woningcorporaties.

· Goud Wonen heeft voor al haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling).

· De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Goud Wonen betaalt hiervoor premies waarvan de werkgever iets meer en de werknemer iets minder dan de helft betaalt.

· De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Zie hiervoor eveneens de nadere toelichting op de pensioenregeling in het volkshuisvestingverslag.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door Goud Wonen.

De premies worden verantwoord als personeelskosten als deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien deze tot een terugstorting leiden of tot een vermindering van toekomstige betalingen.

3.3.5. Onderhoudslasten

Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen.

Het reparatie- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in kosten van derden en kosten van eigen dienst. In de winst-en-verliesrekening zijn de kosten van eigen dienst opgenomen onder de kostensoorten lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten. De kosten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een waarde verhoging van het actief.

3.3.6. Leefbaarheid

De onder deze post verantwoorde bedragen hebben betrekking op uitgaven in de leefbaarheid van de woonomgeving in ruime zin. Het betreft uitgaven waar tegenover geen huurverhoging of levensduurverlenging staat en welke niet geactiveerd worden.

3.3.7. Overige bedrijfslasten

De overige bedrijfslasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

3.3.8. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreft de wijziging in de marktwaarde in verhuurde staat van de vastgoedbeleggingen die reeds aan het begin van het boekjaar in bezit waren. De waardeveranderingen ten gevolge van investeringen in het jaar en de terugname van waardeveranderingen uit het verleden worden verwerkt via de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille onder de bedrijfslasten.

3.3.9. Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

3.3.10. Vennootschapsbelasting

Vanaf 1 januari 2008 is Goud Wonen integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De post vennootschapsbelasting in de winst-en-verliesrekening bestaat uit de geraamde, over het boekjaar te betalen of terug te vorderen ‘acute’ belasting, vermeerderd of verminderd met de mutatie in de balansposten voor latente belastingvorderingen en latente belastingverplichtingen.

De acute belasting wordt berekend over het commerciële resultaat voor belastingen zoals verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Bij de bepaling van deze belastinglast wordt rekening gehouden met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover deze niet reeds in de latente belastingvorderingen zijn opgenomen), vrijgestelde winstbestanddelen en de bijtelling van fiscaal niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt bij de berekening direct rekening gehouden met mutaties die optreden in de latente belastingvorderingen en -schulden als gevolg van eventuele wijzigingen in het (toekomstig) te hanteren belastingtarief.

De (acute) baten en lasten worden fiscaal toegerekend aan de DAEB- of niet-DAEB-tak op basis van het behaalde fiscale resultaat. Latente belastingen voor compensabele verliezen worden opgenomen in de tak waar daadwerkelijk sprake is van deze compensabele verliezen. Latente posities die rechtstreeks voortvloeien uit tijdelijke waarderingsverschillen tussen de commerciële jaarrekening en de fiscale waardering worden gealloceerd naar de DAEB- of niet-DAEB-tak op basis van het gewogen aandeel verhuureenheden.

Een Vaststellingsovereenkomst (VSO Aardbevingsschade) met de Belastingdienst inzake de fiscale verwerking van aardbevingsschade, compensaties en afwaarderingen, is in 2026 onderhanden. De fiscale en commerciële gevolgen daarvan zullen worden verwerkt in de jaarrekening van 2026.

4. Risicobeheersing

4.1. Valutarisico

Goud Wonen is alleen werkzaam in Nederland en loopt geen valutarisico. Goud Wonen kent geen materiële debiteuren- en crediteurenposities in vreemde valuta.

4.2. Beleggingsrisico

Goud Wonen heeft geen actief beleggingsbeleid. De regelgeving rondom beleggingen, opgenomen in de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting, is geïntegreerd in het treasurystatuut.

4.3. Renterisico

Het renterisico omvat het risico dat de operationele kasstromen, het vermogen en het resultaat van Goud Wonen negatief worden beïnvloed door veranderingen in de rentestanden op de geld- en kapitaalmarkt. Binnen Goud Wonen worden deze financiële risico's strikt beheerst op basis van de kaders en uitgangspunten die zijn vastgelegd in ons Treasurystatuut. Goud Wonen hanteert hierbij een nuchter en behoudend risicoprofiel. Ter beheersing van de financiële risico's maken wij uitsluitend gebruik van primaire financiële instrumenten en nadrukkelijk níet van afgeleide financiële instrumenten (zoals derivaten of renteswaps).

Goud Wonen mitigeert renterisico in de praktijk door de actuele renteontwikkelingen voortdurend en nauwkeurig in de gaten te houden. Door tijdig en adequaat in te springen op deze marktontwikkelingen, zorgt Goud Wonen ervoor dat leningen die voor een renteconversie in aanmerking komen, tegen zo gunstig mogelijke rentepercentages worden geherfinancierd. Daarnaast worden er waar mogelijk leningen vervroegd afgelost met eigen interne geldmiddelen. Deze actieve sturing heeft ertoe geleid dat onze toekomstige rentelasten sterk zijn verlaagd en ons renterisico op een effectieve, prudente wijze wordt beheerst.

4.4. Kredietrisico

Goud Wonen maakt gebruik van meerdere banken als tegenpartij om kredietrisico te spreiden. Criteria om met tegenpartijen zaken te doen zijn formeel vastgelegd in het treasurystatuut en naleving daarvan wordt voortdurend gemonitord.

4.5. Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico omvat het risico dat Goud Wonen niet over voldoende direct beschikbare middelen beschikt om tijdig aan haar kortlopende en directe financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Voor Goud Wonen vraagt het liquiditeitsbeheer specifieke aandacht vanwege de omvangrijke en kapitaalintensieve investeringsprogramma's in het kader van de aardbevings- en versterkingsopgave en de verduurzaming van het woningbezit. Een concreet risico hierbij is het optreden van timingverschillen: uitgaven voor schadereparaties, noodvoorzieningen of versterkingen moeten soms door Goud Wonen worden voorgefinancierd voordat de bijbehorende vergoedingen of subsidies (bijvoorbeeld van het NCG) daadwerkelijk worden ontvangen.

Om dit risico effectief te beheersen, bewaakt Goud Wonen haar liquiditeitspositie nauwlettend door middel van (meerjaren)begrotingen en periodieke liquiditeitsprognoses. In 2025 heeft de afdeling Bedrijfsvoering intensief gewerkt aan de verantwoordingsinformatie richting het WSW, wat heeft geleid tot een scherper inzicht in onze actuele kasstromen en de financiële risico's.

Daarnaast voert Goud Wonen een nuchter en behoudend treasurybeleid. Aangezien Goud Wonen uitsluitend gebruikmaakt van primaire financiële instrumenten en nadrukkelijk niet van afgeleide financiële instrumenten (derivaten), loopt Goud Wonen geen onverwacht liquiditeitsrisico uit hoofde van derivatencontracten en hoeft Goud Wonen hiervoor geen verplichte wettelijke liquiditeitsbuffer aan te houden. Al met al staat Goud Wonen er financieel solide voor.

4.6. Beschikbaarheidsrisico

Het beschikbaarheidsrisico betreft het risico dat Goud Wonen onvoldoende toegang heeft tot de geld- en kapitaalmarkt om de benodigde financiering tijdig aan te trekken. Gezien de omvangrijke, kapitaalintensieve investeringsprogramma's voor de versterkings- en verduurzamingsopgave in het Groningse aardbevingsgebied, is het veiligstellen van deze (her)financieringsfaciliteiten voor de lange termijn cruciaal.

Goud Wonen beheerst dit risico door de financiële meerjarenbegroting zodanig op te stellen en proactief te sturen dat structureel en ruim wordt voldaan aan de financiële continuïteitseisen en kengetallen (zoals de ICR en LTV) van toezichthouders Aw en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). In 2025 is de ICR door incidentele posten eenmalig onder de vereiste 1,4 gedaald. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.1 van het bestuursverslag.
De kasstroomprognose voor de komende jaren laat zien dat de daling onder de 1,4 in 2025 eenmalig is, en dat Goud Wonen naar de toekomst weer een gezonde ICR laat zien.

5. Kasstroomoverzicht

5.1. Algemeen

Het kasstroomoverzicht van Goud Wonen wordt opgesteld op basis van de directe methode. Deze methode geeft een inzichtelijk beeld van de feitelijke ontvangsten en uitgaven per categorie, zoals die zich werkelijk in de bedrijfsactiviteiten voordoen. In het kasstroomoverzicht wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen kasstromen uit operationele activiteiten, (des)investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten.

Transacties waarbij geen daadwerkelijke uitwisseling van geldmiddelen plaatsvindt – zoals ongerealiseerde waardeveranderingen van de vastgoedportefeuille, toevoegingen aan voorzieningen en afschrijvingen – worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen.

5.2. Geldmiddelen

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de direct beschikbare liquide middelen, zoals banktegoeden.

5.3. Kasstroom uit operationele activiteiten

De operationele kasstroom omvat de reguliere, dagelijkse inkomsten en uitgaven van Goud Wonen:

· Ingaande kasstromen: Deze bestaan voornamelijk uit de ontvangen huren, de inkomsten uit servicecontracten, en de overige bedrijfsontvangsten. Voor Goud Wonen vallen hier tevens de specifieke vergoedingen vanuit het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) en de ontvangen interest onder.

· Uitgaande kasstromen: Dit betreft de operationele betalingen zoals personeelslasten, uitgaven voor planmatig en mutatieonderhoud, overige bedrijfsuitgaven en de externe uitgaven ter bevordering van de leefbaarheid in onze dorpen.

· Rente en Belastingen: Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest (waaronder de betaalde rente op de leningenportefeuille) en de afdrachten voor de vennootschapsbelasting (Vpb) worden eveneens onder de operationele activiteiten gepresenteerd.

5.4. Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten

Deze kasstroom toont de financiële gevolgen van mutaties in de materiële en financiële vaste activa:

· Ingaande kasstromen (desinvesteringen): Hieronder vallen de ontvangsten uit de verkoop van bestaande huurwoningen en eventueel overig vastgoed of grond.

· Uitgaande kasstromen (investeringen): Dit toont de daadwerkelijke uitgaven aan nieuwbouwprojecten (zoals de vervangende nieuwbouw in de versterkingsopgave) en uitgaven voor ingrijpende woningverbetering en verduurzamingsprojecten. (Investerings)subsidies voor de versterking en verduurzaming vanuit de NCG en 'Nij Begun' (zoals maatregel 29) verminderen direct of indirect de investeringsdruk; het ontvangen van dergelijke specifieke subsidies hangt nauw samen met het ritme van de investeringen.

5.5. Kasstroom uit financieringsactiviteiten

De kasstromen uit financieringsactiviteiten beperken zich tot de mutaties in de hoofdsom van het vreemd vermogen:

· Ingaande kasstromen: De ontvangsten uit nieuw aangetrokken langlopende leningen ter dekking van de (investerings)opgaven.

Uitgaande kasstromen: De reguliere en eventueel vervroegde aflossingen op de geborgde en ongeborgde leningenportefeuille. De betaalde rente over deze leningen is verantwoord onder de operationele kasstroom.

[1] Zie hiervoor: https://www.nationaalcoordinatorgroningen.nl/over-ncg/beleid-en-kaders/aardbevingsbestendig-bouwen

[2] Zie hiervoor: https://wetten.overheid.nl/BWBR0043252/2020-07-01

[3] Zie hiervoor: https://www.provinciegroningen.nl/actueel/dossiers/gaswinning/parlementaire-enquete-gaswinning/